Die of dat?

opdrachtnemer

Welk aanwijzend voornaamwoord (die of dat) hoort bij het woord opdrachtnemer? Is het “die opdrachtnemer” of “dat opdrachtnemer”? Lees op…

Die of dat?

opdrachtgever

Welk aanwijzend voornaamwoord (die of dat) hoort bij het woord opdrachtgever? Is het “die opdrachtgever” of “dat opdrachtgever”? Lees op…

Die of dat?

zwembadcomplex

Welk aanwijzend voornaamwoord (die of dat) hoort bij het woord zwembadcomplex? Is het “die zwembadcomplex” of “dat zwembadcomplex”? Lees op…

Die of dat?

zwembad

Welk aanwijzend voornaamwoord (die of dat) hoort bij het woord zwembad? Is het “die zwembad” of “dat zwembad”? Lees op…

Die of dat?

uitzicht

Welk aanwijzend voornaamwoord (die of dat) hoort bij het woord uitzicht? Is het “die uitzicht” of “dat uitzicht”? Lees op…

Die of dat?

email

Welk aanwijzend voornaamwoord (die of dat) hoort bij het woord email? Is het “die email” of “dat email”? Lees op…