De of het?

De of het. Dat is de vraag! Het Nederlands is niet zo makkelijk, zeker niet als het niet je moedertaal is. De meeste mensen die het Nederlands beginnen te leren, hebben heel veel moeite om te begrijpen wanneer iets ‘de’ of ‘het’ moet zijn. Deze zogenaamde lidwoorden zijn – ondanks dat ze makkelijk te verwarren zijn – essentieel in onze taal.

In het Nederlands maken we onderscheid in het geslacht van een woord. Deze zijn als volgt:

  1. Mannelijk (m)
  2. Vrouwelijk (v)
  3. Onzijdig (o)

Zodra je weet wat het geslacht van een woord is, kan je achterhalen of er ‘de’ of ‘het’ ervoor moet!

Regels (wanneer de)?

1. Als het gaat om een mannelijk woord (voorbeelden: man, scriptie, tafel enzovoort), dan is het altijd een ‘de’ woord.
2. Als het gaat om een vrouwelijk woord (voorbeelden: vrouw, bijzonderheid, originaliteit), dan is het altijd een ‘de’ woord.

Regels (wanneer het)?

3. Als het gaat om een onzijdig woord (voorbeelden: raam, boek, water), dan is het altijd een ‘het’ woord.

Samengestelde woorden

Daarnaast kennen we in onze taal ook samengestelde woorden. Dit zijn woorden die bestaan uit meerdere woorden. Voorbeelden hiervan zijn waterattractie, aankoopmakelaar en hoofdonderzoeker

Wanneer woorden uit meerdere delen bestaan, dan dient het lidwoord zich aan te sluiten bij het hoofdwoord, namelijk het achterste deel van het samengestelde woord.

Met andere woorden:
Het is “de attractie”, dus daarom is het “de waterattractie”
Het is “de makelaar”, dus daarom is het “de aankoopmakelaar”
Het is “de onderzoeker”, dus daarom is het de “hoofdonderzoeker”

Handige website

Als je af en toe wil spieken om te kijken of een woord nou een de of het woord is, dan raden we je aan om Volkabulaire raad te plegen. Zij hebben een heuse tool gemaakt waardoor je direct kunt zien welk lidwoord je dient te gebruiken. Super handig!

Klik op deze link om naar de tool te gaan.